FAQ (Functiereeks Leraren in PO)

Vraag 1:

In het scorepatroon voor de lerarenfunctie L10 wordt op kenmerk 13 een score 4 toegekend. Dit snap ik op basis van de beschrijving van de contacten. In de praktijk merk ik echter ook dat de (soms) lastige gesprekken met ouders, specialisten en/of hulpverleners veelal samen met of door de intern begeleider c.q. directeur worden uitgevoerd. Ik vraag me af wat de onderliggende motivering is hiervoor.

Antwoord 1:

Dat loopt in de praktijk inderdaad weleens anders. Als dit inderdaad bij andere functionarissen is ondergebracht dan heb je de keuze om de score 4 niet toe te kennen. Echter er is uitgegaan van het functiebeeld dat de leraar zo veel mogelijk zelf verantwoordelijk is voor de regie en dus ook de contacten.

 

Vraag 2:

In het scorepatroon voor de lerarenfunctie L10 wordt op kenmerk 11 een score 3 toegekend. Dit wijkt af van de eerdere lerarenfunctie LB, waarbij kennis een score 4 is toegekend. Hierbij hoorde de eis om een aanvullende opleiding te doen. Wat is de reden dat dit is vervallen?

Antwoord 2:

Dat klopt. Die score 4 is er tijdens de functiemix door de toenmalige werknemers en werkgevers ingekomen. Deze score 4 is bij dit functiebeeld wel zwaar.

 

Vraag 3:

In het scorepatroon voor de lerarenfunctie L11 wordt op kenmerk 2 een score 3 of score 4 toegekend. Waarvan is het afhankelijk of er sprake is van een lerarenfunctie op niveau Vb of IVd?

Antwoord 3:

De gezaghebbende laar ontwikkelt geen beleid en krijgt hier een 3, bij de andere werkzaamheden wordt wel beleid/onderwijs ontwikkeld.

 

Vraag 4:

In het scorepatroon voor de lerarenfunctie L11 wordt op kenmerk 2 een score 3 of score 4 toegekend. Waarvan is het afhankelijk of er sprake is van een lerarenfunctie op niveau Vb of IVd?

Antwoord 4:

Idem aan antwoord 3 voor de score 3 of 4 op kenmerk 3. Score 4 op kenmerk 3 wordt toegekend bij de gezaghebbende leraar die adviseert over de didactische aanpak e.d. op de korte én lange termijn.

 

Vraag 5:

In het scorepatroon voor de lerarenfunctie L11 wordt op kenmerk 7 een score 4 toegekend. Op welke wijze is er sprake van complexe beslissingen gericht op (de inhoud van) het onderwijs en in samenhang met aanverwante discipline, taken, etc.? Graag een toelichting op deze score.

Antwoord 5:

Bij onderwijsontwikkeling en specialisatie hoort wel een score 4 bij de andere werkzaamheden eerder een 3. Het hangt ook van de context af. Is het de enige ontwikkelaar dan al snel een score 4. In een scholengroep is er wellicht ook een L12 werkzaam bij en dan zou dit kenmerk eerder een score 3 zijn. Een L12 komt echter nog niet zo vaak*.

(*zie info per school/regio/ondewijssector op database.functiemix.nl)

 

Vraag 6:

Op welke wijze wordt getoetst of de toegekende functie in de praktijk door de leraar wordt uitgevoerd?

Antwoord 6:

Dat zal het management moeten doen zoals altijd.

 

FAQ (Examen en Certificaat)

Vraag 1:
Wat is het beleid van SPO v.w.b. de certificering. Hoelang is een certificaat ‘houdbaar’?
Met andere woorden: stel ik volg dit jaar de bijscholing niet. Is het certificaat dan verlopen?
Antwoord:
Het certificaat verloopt als er niet aan de bijscholing wordt deelgenomen. Soms wil men het certificaat weer hebben, in dat geval moet er opnieuw examen worden gedaan. Met ingang van 2013 is de frequentie van de bijscholing gewijzigd. Dit is afhankelijk van je rol. Zie informatie bij Certificering/bijscholing.

Vraag 2:
Stel dat ik dit jaar geen bijscholing volg kan ik dan volgend jaar aanschuiven als ik dat wil?
Antwoord:
Nee, u zult dan eerst weer, met goed gevolg, examen moeten doen.
 
Vraag 3:
Wat is de voorwaarde om aan de bijscholing te kunnen deelnemen? Geldt een certificaat van het voorgaande jaar, als een soort entreebewijs?
Antwoord:
U kunt deelnemen aan de bijscholing als u ingeschreven staat in het register. SPO houdt bij wie de scholingsdag heeft gevolgd; iedereen die zich niet heeft aangemeld wordt aan het eind van het jaar uitgeschreven. Alle gecertificeerden krijgen jaarlijks diverse 'herinneringen' per e-mail.